Van poging naar expeditie
‘En wie is dat?’
Ze legt haar hand op mijn schouder.
Koud, medogeloos. Zonder schaamte.
ik kijk achterom.
‘Wie denk je?’
‘Hmm, ik ziet het niet gelijk.’
Ik maai met mijn handen over het papier.
‘Nu zie je het niet meer!’
Ik grijp het vel en draai het met een smak om, sta op en kijk niet meer om.
Ik weet, ze is wel wat gewend.
Tussen alles wat er vanaf dat moment misging, vanaf streep 1 en nu, dat is mijn expeditie.
‘Nee, als het niet lukt neem ik de liniaal wel!’
‘En anders kijken dan?’ vraagt ze me nog.
‘Dat kan de prullenbak in!’
‘Maar deze schets heeft pit.’ Ik gris hem uit haar handen, neem een hap lucht en zucht. Wat miste ik hier?
‘Zie je ?’
Nu moet ik toegeven dat ik deze wir war die toch niet zo’n wir war is als het leek. En eigenlijk wel een begin kan zijn.
Maar ik wil nog niet toegeven. Totaal geen logica zo.
‘Je hebt de schaduwen getekend!’ Ze knikt. Tevreden met haar analyse.
‘En nu de rest dan?’
Wel achteraf natuurlijk maar nu weet ik dat veel van mijn tekeningen niet de fout in gingen door een gebrek aan techniek. Maar juist door het gevoel erover. Dat beklemmende ‘het moet wel lijken.’ En dat dan al vanaf streep 1.
Kijken, oplossen en doorgaan. Had ik dit in 2013 ook maar geweten.

Met tekenen is niks zeker
En dat is zeker

Echt zwart is eng
Ik vond de kans dat je het verprutst altijd zo groot

Ik heb bergen materiaal
Maar meest pak ik de 5 favorieten
‘Veel oefenen!’
Dat hoor je overal.
Rasters, methoden, een meetlatje. Maar daarmee zoch ik teveel naar de goudpot aan het einde van de regenboog.
En dan die adviezen er bovenop: ‘Gewoon veel oefenen, hoor!’
Op school vond ik dat al niks. Nog steeds niet. Oefenen is hetzelfde herhalen en dan hopen op verbetering. Daarom begon ik met experimenteren. Niet herhalen maar ontdekken! Het kasteel van excuses slopen en zien wat eronder ligt.
