De Psychologie van het Portret

Kijken = labelen. Zien = ontdekken

We zijn gemaakt om gezichten te lezen. Binnen een fractie van een seconde voelen we of iemand moe is, gespannen, vriendelijk, afwezig, trots, verdrietig of op zijn hoede. Nog voordat we er woorden voor hebben, heeft ons hoofd al iets besloten.

Dat is je sociale radar.

Die radar gebruik je de hele dag. In een gesprek. In de supermarkt. Op straat. Bij iemand die lacht terwijl je voelt dat er iets niet klopt.

Maar zodra veel mensen gaan tekenen, zetten ze die radar uit.

Dan zien ze geen mens meer, maar onderdelen.

Een oog.
Een neus.
Een mond.
Een oor.
Een kin.

En zo ontstaat een portret dat technisch misschien best klopt, maar niet terugkijkt.

Het gezicht staat op papier, maar de persoon is nergens te vinden.

De begintijd 2013
Nog niet helemaal maar zelfde persoon, meer karakter

Kijken is nog geen zien

De meeste mensen kijken om te bevestigen wat ze al weten.

Ze zien een oog en denken: oog. Daarna tekenen ze het idee van een oog. Een vorm die al sinds de kleuterschool ergens in hun hoofd ligt opgeslagen: twee boogjes, een rondje, een pupil.

Maar een echt oog is geen symbool.

Het hangt in een gezicht.
Het kijkt ergens naartoe.
Het is moe of scherp.
Open of teruggetrokken.
Hard of juist kwetsbaar.

Echt zien begint pas wanneer je je oordeel uitstelt.

Je tekent geen “trotse man”.
Je tekent de kleine spanning boven de wenkbrauw.
Je tekent de iets opgetrokken kin.
Je tekent de mond die net te strak gesloten blijft.

Niet het etiket.
Wel de aanwijzingen.

Lees het gezicht voordat je tekent

Voordat je begint met tekenen, kun je jezelf een paar vragen stellen.

Niet als theorie, maar als manier om wakker te worden.

Wat is de eerste indruk van dit gezicht?

Rust?
Achterdocht?
Vermoeidheid?
Verlegenheid?
Ironie?
Verdriet dat zich netjes probeert te gedragen?

Waar zie je dat?

In de ogen?
In de mondhoeken?
In de kaak?
In de huid rond de ogen?
In de manier waarop het hoofd iets wegdraait?

Dat is belangrijker dan meteen de juiste lijn zetten.

Want als je niet weet wat het gezicht uitdrukt, weet je ook niet welke lijn belangrijk is.

Je stemming tekent mee

Dit klinkt misschien vaag, maar je kunt het heel eenvoudig testen.

Teken hetzelfde portret twee keer.

Eén keer wanneer je geïrriteerd bent.
Eén keer wanneer je ontspannen bent, of net hebt gelachen.

Gebruik dezelfde foto. Hetzelfde materiaal. Hetzelfde papier.

Let op de oogopslag en de mond. deze tekende ik toen ik geirriteerd was
Zelfde porttret maar wel een wereld van verschil met de vorige. Hoe stemming invloed heeft op hoe je tekent.

Toch zal er verschil ontstaan.

Niet alleen in hoe hard je drukt, maar ook in welke vormen je benadrukt. Je hand kiest anders. Je lijnen worden strakker, hoekiger, zachter of losser. Je ziet andere dingen omdat je zelf anders kijkt.

Dat betekent niet dat je stemming de baas moet zijn over je tekening.

Maar het betekent wel dat tekenen nooit helemaal neutraal is.

Je neemt jezelf mee naar het papier.

Pas op voor het verhaal dat je te snel plakt

Ons brein houdt van verhalen.

Je ziet een gezicht en denkt al snel:

Dit is een zorgzaam persoon.
Dit is een strenge man.
Dit is iemand met verdriet.
Dit is een rebel.
Dit is een zacht karakter.

Dat kan helpen. Een eerste indruk kan richting geven.

Maar het kan je ook misleiden.

Want zodra je denkt te weten wie iemand is, stop je soms met kijken. Dan teken je niet meer het gezicht voor je, maar het verhaal dat jij erop hebt geplakt.

Daarom moet je altijd terug naar het bewijs.

Waar zit die strengheid precies?
Is het de wenkbrauw?
De schaduw onder het oog?
De rechte lijn van de mond?
De hoek van het hoofd?

Waar zit die zachtheid?
In de overgang van licht naar schaduw?
In de ronde vorm van de wangen?
In de ontspanning rond de mond?

Een portret wordt sterker wanneer je niet alleen denkt: dit gezicht is vriendelijk, maar wanneer je ziet welke vormen die vriendelijkheid dragen.

Perfectie maakt een portret soms dood

Een portret kan technisch netjes zijn en toch niets doen.

Alles klopt ongeveer. De ogen staan op de juiste plek. De neus is zorgvuldig uitgewerkt. De mond is symmetrisch. De huid is glad. De schaduwen zijn keurig.

En toch leeft het niet.

Vaak komt dat doordat alles wat menselijk was eruit is gepoetst.

De scheefstand.
De vermoeidheid.
Het litteken.
De asymmetrische wenkbrauw.
De spanning rond de mond.
De plooi die je liever zachter maakte.

Maar juist daar zit vaak de persoon.

Niet in de perfecte versie van het gezicht, maar in de kleine afwijkingen die je bijna weg wilde halen.

Eerste hulp bij een dood portret

Als je portret technisch klopt maar niet leeft, kijk dan niet meteen naar de grote fouten. Kijk naar de kleine signalen.

1. De mondhoeken

Een fractie verschil bij de mondhoeken kan het hele gezicht veranderen.

Iemand kan daardoor vriendelijk lijken, ironisch, moe, bitter of afwezig. De mond is zelden alleen een mond. Het is vaak de plek waar iemand zich inhoudt.

Micro expressie, de lijnen bij de mondhoeken kunnen erg bepalend zijn als het om de totale uitdrukking van een persoon gaat

2. De blikrichting

Waar kijkt de persoon naar?

Als de pupillen net niet dezelfde richting hebben, voelt het gezicht leeg of scheel. Als de blik te algemeen is, kijkt niemand echt terug. Een paar millimeter kan bepalen of er contact ontstaat.

3. De spanning rond de ogen

Niet alleen het oog zelf is belangrijk, maar alles eromheen.

De oogleden.
De huid erboven.
De rimpeltjes ernaast.
De schaduw eronder.

Daar zit vaak vermoeidheid, alertheid, zachtheid of wantrouwen.

Als de ogen niet goed zijn maakt de rest niks meer uit, daarom werk ik al vanaf het begin de ogen zover mogelijk uit.

Teken mensen, geen foto’s

Een foto registreert licht.

Jij moet leren kijken naar wat dat licht verraadt.

Dat betekent niet dat je moet gaan fantaseren. Het betekent juist dat je preciezer kijkt. Naar de kleine signalen die een gezicht tot een persoon maken.

Een goed portret ontstaat niet alleen uit een goed potlood.

Het ontstaat uit aandacht.

Uit durven kijken.
Uit durven twijfelen.
Uit durven zien dat een gezicht meer is dan de optelsom van ogen, neus en mond.

Zet je sociale radar dus niet uit wanneer je begint te tekenen.

Gebruik hem.

Want pas wanneer je het gezicht hebt gelezen, weet je welke lijnen iets te vertellen hebben.



Ik als portrettekenaar

“Portretten tekenen? Ik keek er jarenlang tegenop..”

Tot ik ontdekte dat een goed portret niet begint bij je hand, maar bij hoe je kijkt. Mijn fascinatie voor beeld en compositie begon op de Fotovakschool maar pas in 2013 viel alles op z’n plek toen ik gezichten wilde vangen op papier.

Mijn doel met Portretpassie: een verslag van alles wat ik ontdekte en leerde. Zodat er naslagwerk met enkel praktijk ervaring ontstond. Geen theoretisch gezever. En nu kan jij ook zien dat portrettekenen geen frustrerende strijd hoeft te zijn, maar eerder een prachtige ontdekkingstocht naar karakter en emotie.

Paul Bakker, portrettekenaar en auteur

Scroll naar boven
PortretPassie
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.