Haar tekenen: Stop met spaghetti, begin met volume
Je bent uren bezig geweest met het gezicht. De ogen spreken, de neus heeft diepte… en dan moet je aan het haar beginnen. Met een scherp potlood begin je duizenden lijntjes te trekken, in de hoop dat het op haar gaat lijken. Maar het resultaat? Een platte bos stro die eerder op een pruik lijkt dan op echt haar. Herkenbaar?
De grootste fout
De grootste fout bij haar tekenen is dat we denken in ‘haren’. Maar haar is geen verzameling van losse lijntjes; haar is een massa die licht vangt en schaduw werpt. In deze gids leer ik je hoe je stopt met het tekenen van ‘spaghetti’ en begint met het boetseren van volume.


De Spaghetti-valstrik
Waarom zien die duizenden lijntjes er niet realistisch uit? Omdat je de vorm vergeet. Als je elke haar apart tekent, verlies je de grote vlakken van licht en schaduw uit het oog. Omdat je haar zlef niet tekent. Want je tekent eigenlijk alleen het licht dat daarop valt. En dat is wat het ‘net echt’ maakt.
De PortretPassie-regel: Teken nooit een losse haar voordat de massa van het kapsel staat als een huis.
In deze video zie je hoe dat gaat: eerst de vlakken met grafietpoeder. De ondergrond voor de eigenlijke haren.
De 3 fasen van realistisch haar
Fase 1: De Grote Massa (De ‘Zak Watten’ methode)
Begin niet met een scherp potlood. Pak je grafietpoeder of houtskoolpoeder en een grote zachte kwast of een zak watten.
- Wat doe je? Je tekent de vorm van het kapsel als één grote, wazige vlek of vlekken als er veel toonwaarde verschillen zijn. Kijk waar de diepste schaduwen zitten (meestal bij de scheiding, achter de oren en in de nek) en maak die donker. Zoals je op het voorbeeld in de video ziet.
- Het doel: Je creëert een basis van toonwaarden zonder dat er nog één lijntje te zien is. wat nog een voordeel heeft: je ziet gelijk wat voor effect deze toonwaarden op het geheel hebben, de achtergrond en de rest van het gezicht. In dit stadium van je tekening kun je te licht of te donker nog makkelijk aanpassen.
Fase 2: Richting en Plukken
Nu pas pak je een zachter potlood (bijv. 2B of 4B).
- Wat doe je? Je gaat niet ‘haren’ tekenen, maar je gaat ‘plukken’ definiëren. Volg de richting van het haar. Teken de schaduwkanten van de plukken. Hierdoor krijgt het haar zijn ‘flow’.
- Tip: Houd je potlood iets platter. Je wilt nog steeds vlakken maken, geen scherpe krassen.
Fase 3: De details (De ‘Glimlicht-explosie’)
Nu komt de magie. Hier gebruik je je gereedschap om licht terug te brengen.
- De Gum-techniek: Gebruik een gumpotlood of een scherp gesneden kneedgum om glimlichten uit de donkere massa te ’trekken’. Dit zijn de haren die het licht vangen.
- De ‘Springharen’: Pak nu pas je allerscherpste potlood voor die paar eigenwijze haartjes die buiten de plukken vallen. Doe er maar een paar; dat is genoeg om de suggestie van duizenden haren te wekken.
Eerste hulp bij ‘pruik-haar’ (Troubleshooting)
- Het haar zweeft: Heb je de schaduw op het voorhoofd getekend? Haar werpt altijd een zachte schaduw op de huid waar het het gezicht raakt. Vergeet je die? Dan lijkt het haar op het hoofd geplakt.
- Geen diepte in zwart haar: Zwart haar is niet egaal zwart. Het heeft juist de sterkste glanslichten (high-contrast). Durf met je gum te werken in die zwarte massa.
- Te ‘netjes’: Menselijk haar is rommelig. Als elke lijn perfect parallel loopt, ziet het er onnatuurlijk uit. Durf plukjes over elkaar heen te laten vallen.
Conclusie: Durf los te laten
Haar tekenen is een oefening in suggestie. Je hoeft niet elke haar te tekenen om de kijker te laten geloven dat er haar staat. Als de grote massa en de lichtval kloppen, vullen de hersenen van de kijker de rest zelf in.
Wil je de ‘vlek-methode’ en het boetseren met grafietpoeder in de praktijk zien? In de Net Echt Expeditie laat ik je exact zien hoe ik van een vlekkerige basis naar een glanzende haardos ga, zonder dat ik daar duizenden lijntjes voor nodig heb.

“Portretten tekenen? Ik keek er jarenlang tegenop..”
Tot ik ontdekte dat een goed portret niet begint bij je hand, maar bij hoe je kijkt. Mijn fascinatie voor beeld en compositie begon op de Fotovakschool en tijdens mijn studie Communicatie, maar pas in 2013 viel alles op z’n plek toen ik gezichten begon te vangen op papier.
Inmiddels schreef ik 3 ‘echte’ en 2 digitale boeken over het vak en hielp ik vele cursisten met het programma Net Echt. Mijn doel is simpel: jou laten zien dat een portret geen frustrerende strijd hoeft te zijn, maar een prachtige ontdekkingstocht naar karakter en emotie.
Paul Bakker, portrettekenaar
