dat je niet alles tekent wat je ziet
We zijn te vaak op zoek naar dat ene magische trucje, die speciale gum of dat dure potlood waardoor een tekening plotseling van het papier afspat. Ik ontdekte, achteraf natuurlijk, dat het echte geheim gewoonweg lef is.
Vandaar deze drie punten die je gelijk kunt gebruiken:
1. De Wet van het Contrast: Durf jij echt zwart te gaan?
Het grootste probleem van realisme is paradoxaal genoeg niet het licht, maar de schaduw. De meeste mensen zijn doodsbang voor donkere vlakken. Ze blijven eindeloos aaien met een 2B potlood waarmee schaduw op zijn best een beetje grijsachtig kan worden.
De realiteit: Zonder diep, matzwart is er geen diepte. En zonder diepte is er geen realisme.
- Het geheim is de durf om die houtskoolstift te pakken en een pupil of een neusgat zo zwart te maken dat het papier bijna pijn doet.
- Contrast is de motor van je portret. Zodra jij het verschil tussen het wit van het papier en het zwart van houtskool durft te maximaliseren, ontstaat de 3D-illusie vanzelf. Zie het verschil tussen de 2 hierna.


2. De Wet van de Imperfectie: Stop met poetsen
Een ander punt bij het zoeken naar realisme is het streven naar “gladheid”. We doezelen alles weg tot een egaal geheel. Maar kijk eens goed in de spiegel: je huid is niet glad. Je hebt poriën, rimpeltjes, kleine vlekjes en imperfecties.
Het geheim van een portret dat ‘net echt’ is, zit in de textuur.
- Stop met het gladstrijken van elke schaduw.
- Gebruik je gum niet alleen om fouten weg te halen, maar om ‘licht te tekenen‘.
- Die kleine glanspuntjes en “foute” lijnen die je laat staan, zorgen juist voor het karakter. Een perfect portret is een saai portret.

3. De Wet van de Verbinding: Teken geen oog, maar een blik
Dit is het diepste geheim. Een anatomisch perfect oog is nog steeds een dood object. Je wordt pas een echte portrettekenaar en tekenares als je een gezicht niet alleen ziet in ‘onderdelen.’ En begint met het vangen van de communicatie.
Dit is waar je “sociale radar” in actie komt. Tekenen is niet alleen techniek, maar wat je voelt bij iemand vertaal je ook naar het papier. Dat is in het begin vaag, want zeker in het begin, heb je geen idee waar te beginnen.
Maar gevoel begint net als met muziek, gewoon bij wat je mooi vind. Aantrekkelijk om te horen en in het geval van een portret, aantrekkelijk om te tekenen. En daar zijn geen regels voor.
- Welk gevoel zit er achter die blik?
- Is het verdriet, trots, of een flauwe glimlach? Zodra jij die emotie voelt terwijl je tekent, vertaalt dat zich in je lijnen. Dat is geen magie, dat is focus.


De Conclusie: de ´als het maar goed gaat,´stemmetjes aan de kant gooien
Dit is wel het enige echte geheim achter een realistisch portret: lef. Om dat te veranderen wat wellicht je portrettekening sloopt, als de video op de home pagina.
Daar ging het wel om de correctie van een fout maar als ik tekening gewoon in de prullenbak hed gekieperd had ik niet geweten dat er toch een goed portret in zat.
De beste hulpregel, die ik uit ervaring leerde, is deze: ook al lijkt het niet gelijk, ook al lijkt het verprutst, het was bijna altijd zinvol om door te gaan.
Als laatste deze video: hier wilde ik de schaduwen meer kracht geven. Dat betekende gewoon met grafietpoeder en een dotje watten eroverheen. Dat kan alles kosten, uren werk weg of het kan heel veel opleveren. Dat weet je pas als het klaar is.

“Portretten tekenen? Ik keek er jarenlang tegenop..”
Tot ik ontdekte dat een goed portret niet begint bij je hand, maar bij hoe je kijkt. Mijn fascinatie voor beeld en compositie begon op de Fotovakschool maar pas in 2013 viel alles op z’n plek toen ik gezichten wilde vangen op papier.
Mijn doel met Portretpassie: een verslag van alles wat ik ontdekte en leerde. Zodat er naslagwerk met enkel praktijk ervaring ontstond. Geen theoretisch gezever. En nu kan jij ook zien dat portrettekenen geen frustrerende strijd hoeft te zijn, maar eerder een prachtige ontdekkingstocht naar karakter en emotie.
Paul Bakker, portrettekenaar en auteur
