De eerste lijn hoeft nog niets te bewijzen
Voor je ligt een vel papier. Wit, schoon, veel te stil. In je hand een potlood dat ineens zwaarder voelt dan het is.
Je wilt beginnen, maar iets houdt je tegen.
Niet omdat het papier niet goed is.
Niet omdat het potlood moeilijk is.
Maar omdat je nu al voor je ziet wat er mis kan gaan.
Als een scheef oog.
Of een mond die niet lijkt en een hoofd dat te breed wordt.
Eigenlik een portret dat halverwege verandert in iemand die je niet kent.
En ergens in je hoofd klinkt de echo die je al kent: ‘Als ik het maar niet verpest.’
En dat is het het echte begin: niet de eerste lijn, maar de onzekerheid ervoor.
Als je begint, heb je geen wonder nodig.
Je hebt een potlood nodig.
Papier dat tegen een beetje gum kan.
Een scherpe blik.
En het meest belangrijke: de bereidheid om iets verkeerd te laten gaan zonder meteen te corrigeren.
Dat laatste is belangrijker dan alle materialen bij elkaar.
Wat je nodig hebt
Een HB of 2B is genoeg. Een potlood dat doet wat je vraagt, maar je ook laat voelen hoe hard je drukt. Houd het niet vast alsof je een fout probeert te voorkomen. Laat het bewegen. Laat het zoeken.

Gebruik papier dat niet meteen opgeeft. Flinterdun printpapier is gemaakt voor formulieren, niet voor twijfel. Neem liever stevig tekenpapier. 160 – 360 grams.
Iets dat een gum, een donkere lijn en een tweede poging kan hebben.
Want dat is nodig, materiaal dat helpt en niet tegenwerkt. Dan is het tijd voor het volgende:
Het verschil tussen wat je denkt te zien en wat er echt voor je ligt en staat. Hoe dat kan?
In het begin kijk je naar een gezicht en denk je:
- oog
- neus
- mond
- oor
- haar
Maar dat zijn woorden. En woorden kunnen je misleiden.
Vraag iemand die nooit tekent om uit het hoofd een oog te tekenen. Grote kans dat je twee halve maantjes krijgt met een cirkeltje erin. Misschien wat stokjes als wimpers.


Dat is geen echt oog. Dat is het symbool van een oog.
Zo’n symbool sleep je ongemerkt mee. Niet omdat je dom kijkt, maar omdat je hoofd graag snel klaar is. Het zegt: ‘Ik weet al wat dit is.’ En zodra je hoofd dat zegt, stop je vaak met echt kijken.
Daar begint de oefening.
Niet tekenen wat je weet.
Maar kijken wat er werkelijk staat.
Een gezicht is geen verzameling onderdelen.
Het begint met leren kijken naar de vormen van de schaduw. Zie het gezicht niet als een verzameling onderdelen, maar als een landschap van heuvels en dalen waar de zon overheen strijkt.
Kijk naar de donkere vorm onder de wenkbrauw. Kijk naar waar het licht op de neus breekt, naar de schaduw onder de onderlip. Kijk naar de plek waar de kaak niet getekend wordt door een lijn, maar door het verschil tussen licht en donker.
Teken niet meteen “een oog”.
Teken de schaduw die het oog verbergt.
Teken de huid die over de oogkas ligt.
Teken het donker waardoor het licht ernaast zichtbaar wordt.
Dat is een andere manier van kijken. En geeft je meer rust, klopt, minder zeker. Maar veel dichter bij tekenen. De basis die je overeind houdt
Als beginner is het verleidelijk om te vroeg naar details te gaan.
Je tekent wimpers terwijl het oog nog verkeerd staat.
Je werkt de mond uit terwijl de kaak nog niet klopt.
Je maakt haren terwijl het hoofd nog geen vorm heeft.
Dat geeft even het gevoel dat je bezig bent met een portret, maar vaak bouw je dan versiering op een wankele basis.
Begin groter.
- Waar zit het hoofd op het papier?
- Hoe helt het?
- Waar ligt de schaduwkant?
- Wat is de grote vorm van het haar?
- Waar stopt het licht?
- Waar begint het donker?
Details komen later.
Een portret heeft eerst draagkracht nodig.
En dan helpen hulplijnen.
Een middenlijn.
Een ooglijn.
Een lijn voor de stand van de mond.
Een aanduiding van de kaak.
Gebruik ze gerust.
Een hulplijn is geen bevel. Het is een tijdelijke steiger. Je bouwt hem om iets te kunnen zien, niet om hem blind te gehoorzamen.
Een gezicht leeft niet omdat het netjes binnen een schema past.
Het leeft omdat jij blijft kijken wanneer het schema niet meer genoeg is.
Zet de eerste lijn.
De angst voor het witte papier verdwijnt niet door langer te wachten.
Hij verdwijnt pas wanneer grafiet het papier raakt.
Zet dus een lijn.
Niet omdat die meteen goed moet zijn.
Niet omdat je nu moet bewijzen dat je kunt tekenen.
Maar omdat een lijn je iets teruggeeft.
Een lijn zegt:
te hoog
te laag
te recht
te zacht
nog niet
Dat is geen mislukking. Dat is informatie.
Elke verkeerde lijn maakt de volgende iets slimmer, als je tenminste blijft kijken.
Een kort experiment
Teken een boom uit je hoofd. Neem daar tien minuten voor. Niet valsspelen. Gewoon tekenen wat je denkt dat een boom is.
Pak daarna een foto van een echte boom.
Leg je tekening ernaast en schrijf op wat je niet had gezien.
Niet om jezelf af te straffen, maar om te ontdekken hoeveel je hoofd invult.
De richting van de takken.
De gaten tussen de bladeren.
De scheve stam.
De donkere massa’s.
De plekken waar licht doorheen valt.
De vormen die helemaal niet op “blaadjes” lijken.
Daarna begrijp je beter wat er ook bij een gezicht gebeurt.
Je tekent vaak niet wat je ziet.
Je tekent wat je hoofd al klaar had liggen.
Begin met tekenen
Je eerste portret hoeft niet goed te zijn.
Misschien lijkt het niet.
Misschien wordt het hoofd te breed.
Misschien staat één oog te hoog.
Misschien gum je meer dan je tekent.
Dat hoort erbij.
Het doel van je eerste lijnen is niet om meteen een meesterwerk te maken. Het doel is om contact te krijgen met het papier. Met je hand. Met je ogen. Met alles wat je nog niet ziet.
En dat is precies genoeg.
Want alles wat misgaat, kan uiteindelijk de route worden.

“Portretten tekenen? Ik keek er jarenlang tegenop..”
Tot ik ontdekte dat een goed portret niet begint bij je hand, maar bij hoe je kijkt. Mijn fascinatie voor beeld en compositie begon op de Fotovakschool maar pas in 2013 viel alles op z’n plek toen ik gezichten wilde vangen op papier.
Mijn doel met Portretpassie: een verslag van alles wat ik ontdekte en leerde. Zodat er naslagwerk met enkel praktijk ervaring ontstond. Geen theoretisch gezever. En nu kan jij ook zien dat portrettekenen geen frustrerende strijd hoeft te zijn, maar eerder een prachtige ontdekkingstocht naar karakter en emotie.
Paul Bakker, portrettekenaar en auteur
