Alle begin is makkelijk (als je maar snapt wat Snap snapt)
Beginners hebben een uniek talent: ze maken het zichzelf zo lastig mogelijk. Ik kan het weten, want ik was er zelf een meester in.
Je kent het wel: je zoekt een oplossing op YouTube en voor je het weet heb je honderd tips, duizend trucs en een doos vol dure potloden, maar nog steeds geen idee wat je nu eigenlijk aan het doen bent. Je zit vast in die verwarring van ‘het nippeltje en het boutje’ van Snip en Snap. Humor uit de vorige eeuw, jazeker, maar ze lieten feilloos zien hoe je iets simpels heel complex kunt maken met een hoop gebabbel.
Portrettekenen is in de basis simpel: een foto, een stuk papier en een potlood. Toch slagen we erin om daar een enorme berg ballast bovenop te gooien. Laten we die rommel eens opruimen. Hier zijn de drie ‘boutjes’ die je echt op de nippeltjes moet krijgen.
Op welk papier ga je tekenen?
Er is een groot verschil in resultaat tussen tekenpapier en goedkoop papier, als je kan halen bij Action
Gebruik je al Houtskool?
Er ontbreekt echt zwart in de schaduwen. Waardoor er geen diepte in de tekening komt. Zodat het niet realistisch lijkt
Hoe teken je de juiste Verhoudingen?
Je probeerde van alles zonder te concentreren op 1 vast ding


1. Stop met tekenen op ‘spekglad’ papier
Er is een wereld van verschil tussen echt tekenpapier en dat goedkope spul van de Action. Goedkoop papier is vaak spekglad. Dat lijkt fijn, maar voor een portrettekenaar is het een ramp.
Waarom? Omdat grafiet op glad papier nergens in kan ‘bijten’. Doezelen wordt een vlekkerig drama. Ik gebruik zelf vaak Strathmore 400 series of Canson recycled. Waarom? Omdat dit papier structuur heeft. Die structuur bepaalt hoe het grafiet zich gedraagt. Wil je realistische huidtinten? Dan heb je papier nodig dat meewerkt, niet tegenwerkt.
2. De Houtskool-leugen: Durf je zwart te gaan?
Veel mensen durven niet. Ze blijven hangen in de 2B en 4B grafietpotloden. Het resultaat? Een tekening die ‘vlak en grijs’ blijft.
Zonder houtskool krijg je nooit écht diepzwart in de schaduwen. En zonder dat zwart is er geen contrast. Zonder contrast is er geen diepte. En zonder diepte lijkt je portret nooit ‘net echt’. Ik gebruik houtskool van Derwent (Dark) of Conté à Paris. Het geeft je tekening die 3D-kick die met grafiet alleen onmogelijk is.

3. Verhoudingen: De helft van de helft is… onzin
Het internet staat vol met methoden: Loomis, de anatomische gids, driehoeken trekken. Leuk, maar als je net als ik geen geduld hebt voor saaie theorie, werkt het niet.
Bovendien: die vaste regeltjes (zoals “de ogen zitten op de helft”) worden direct gesloopt door perspectief. Kijk je omhoog of omlaag? Dan kloppen je liniaaltjes niet meer. Neem maar eens twee selfies: één recht van voren en één waarbij je je hoofd voorover buigt. Meet de afstand tussen neus en mond. Zie je het?
De oplossing is simpel: Stop met rekenen, begin met kijken. In plaats van de ‘anatomie’ te tekenen, teken je de vorm van de schaduwen. De randen van de schaduwen vormen het frame van het gezicht. Schaduwen zijn kleinere oppervlakken en die kun je veel makkelijker inschatten dan een heel hoofd.
Kijken
Want als je aan het begin bent van je tekening, welke lijnen pak je dan?
Dat begint met dat je weet hoe je de vertaling maakt van een foto naar tekenpapier.

kijk naar welke lijnen
de randen van de schaduwen geven
De lijnen van de schaduwen maken het frame van het gezicht in een tekening.
Bovendien zijn de schaduwen kleinere oppervlakken dan het gezicht in zijn totaal. Kortom, van die kleinere oppervlakken kun je makkelijker de omvang inschatten.
Als voorbeeld bij 1) de schaduwlijn

En begin met rechte lijnen
Rechte lijnen waarmee je gaat schetsen. Een schets is het geraamte, de fundering voor de rest.
Wat hier niet klopt zie je in de video aan het einde van de pagina terug als je op de vorige link klikt.

De uitsmijter: Wat je niet ziet, kun je niet tekenen
Nog één ding: stop met tekenen vanaf die piepkleine foto’s op je telefoon. Als je op een vel van 30×40 cm werkt, maar je voorbeeld is een postzegel, dan mis je de details. En wat je niet ziet, kun je simpelweg niet tekenen.
Mijn conclusie? Begin bij stap 1: leer hoe je een goede schets opzet op basis van wat je ziet, niet op basis van wat je denkt te weten. Dat nippeltje moet nou eenmaal op dat boutje, anders stort het hele portret in.
Succes met kijken vandaag!

“Portretten tekenen? Ik keek er jarenlang tegenop..”
Tot ik ontdekte dat een goed portret niet begint bij je hand, maar bij hoe je kijkt. Mijn fascinatie voor beeld en compositie begon op de Fotovakschool maar pas in 2013 viel alles op z’n plek toen ik gezichten wilde vangen op papier.
Mijn doel met Portretpassie: een verslag van alles wat ik ontdekte en leerde. Zodat er naslagwerk met enkel praktijk ervaring ontstond. Geen theoretisch gezever. En nu kan jij ook zien dat portrettekenen geen frustrerende strijd hoeft te zijn, maar eerder een prachtige ontdekkingstocht naar karakter en emotie.
Paul Bakker, portrettekenaar en auteur
