Waarom je portretten plat lijken en hoe je dat oplost
Dat portretten er niet realistisch uitzien komt vaak omdat ze zo plat als een dubbeltje lijken. Door onvoldoende verschil tussen de donkere en lichte toonwaarden.
Veel beginnende kunstenaars worstelen met het creëren van diepte en realisme in hun werk. Contrast is de sleutel tot levendige en realistische portretten. In deze blogpost ontdek je waarom contrast zo belangrijk is en hoe je het kunt toepassen in jouw eigen portrettekeningen.
Natuurlijk zegt beeld meer dan woorden als je hierna kunt zien. De eerste portrettekening komt uit 2013 en, achteraf, zie je gelijk waarom deze niet realistisch overkomt. Als je de tweede tekening ernaast zet.


Waarom is contrast belangrijk voor een portret tekening?
Contrast is het verschil tussen de lichtste en donkerste delen van een afbeelding. Het is de mate waarin de kleuren of toonwaarden van elkaar afwijken.
Contrast is belangrijk omdat je hoe dan ook altijd met deze punten te maken hebt als je gaat portret tekenen:
- Diepte en vorm: Contrast helpt ons om de driedimensionale vorm van objecten te zien. Door de schaduwen en lichte delen te benadrukken, creëer je een illusie van diepte.
- Aandacht trekken: Contrast trekt de aandacht naar bepaalde elementen in een afbeelding. Een helder wit object op een zwarte achtergrond springt er bijvoorbeeld meteen uit.
- Sfeer en emotie: Hoog contrast kan een gevoel van drama of spanning oproepen, terwijl laag contrast een meer serene sfeer creëert.
Wat kon er beter aan de eerste van de 2 tekeningen die je bovenaan zag?
Eigelijk zou je met 1 ding aan heel verschil maken en dat is: het toevoegen van echt zwart. Ik heb de originele tekening niet meer. Maar met een fotobewerker kan ik je wel op de volgende afbeelding nog laten zien wat contrast doet met een portret.


Met contrast maak je de illusie van diepte op een plat vlak.
Nog een voorbeeld: wat je hier op de eerste foto (uitvergroot) ziet is gewoon een ‘platte’ tekening. Door die schaduw lijn onder de ketting krijg je een echte 3d illusie.
Daarbij maakte ik de hoek van de opname heel groot. En zo lijkt het of de ketting boven het oppervlak ligt wat de 3d illusie nog meer versterkt. Op de tweede afbeelding het hele portret waar ik toen nog mee bezig was.


Dat de ketting er zo uitspringt komt ook de lichte vlakken in de ketting. Gemaakt met een tombow gum en elektrische gum. Dat licht wordt weer versterkt door de donkere toonwaarden er om heen. Wanneer je om een licht vlak donkere toonwaarden tekent springt het eruit.
Hoe zorg je dan voor voldoende contrasten
- Door interpretatie, niet alles tekenen wat je ziet,
- door planning wat helpt van tevoren te bepalen hoe je het perspectief wilt
- en als derde materiaal.
Als eerste interpretatie
Dat is niet heel lastig als je maar niet probeert letterlijk alles te tekenen wat je ziet op het voorbeeld. Op een foto staan veel toonwaarden. Op een foto geeft dat een natuurlijke indruk. Maar een tekening interpreteren we anders.
Even kort: in ons hoofd zit een voorgebakken idee over hoe een foto eruit zou moeten zien. Niet het onderwerp maar de opbouw. In toonwaarden en kleur. Die voorkeur, dat idee hebben we bij tekeningen ook.
Zo zijn er ook bepaalde voorwaarden waardoor we een tekening als net echt beoordelen of ervaren. Alle toonwaarden klakkeloos overnemen maken een tekening eerder chaotisch dan realistisch.
Toonwaarde planning
Ik begon met toonwaarde plannen om die chaotische indruk te voorkomen. Als eerste neem ik altijd de voorbeeldfoto en zet hem in een fotobewerker. Dan vergroot ik het contrast. Als je contrast vergroot, maak je het verschil tussen zwart en wit directer, dus met minder tussenstappen. Minder toonwaarden dus.
Daarmee heb je 3 voordeelen:
- Het tekent makkelijker want er zijn minder toonwaarden,
- Door het grotere contrast verschil zie je beter de lijnen van de schaduwen, waardoor verhoudingen vinden ook makkelijker is
- en als laatste je tekening ziet er realistischer uit.
Als derde materiaal : Hoe maak je dan echt zwart?
Als al geschreven, gebrek aan contrast maakt portrettekningen niet realistisch. En dat is eigenlijk een gebrek aan de toonwaarde zwart.
Met grafiet wil echt zwart niet geweldig lukken. Mega Hard drukken op een zacht potlood en je eindigt met een dikke grafietlaag, die bovendien tegen de klippen op glimt, en dan nog niet eens echt zwart is. Ik gebruik daar 2 oplossingen voor:
- houtskool
- en Faber Castell Pitt Graphic Mat potloden
Houtskool meng je op papier met een zacht potlood als je het nog makkelijk wilt doezelen, bijvoorbeeld als je haren gaat tekenen.
De faber castell potloden daar gebruik ik alleen dan de 14B van en combineer ik ook met houtskool.
Hoe je dat met haren doet met houtskool heb ik een korte video voor je waarin ik je laat zien hoe je donkere haren tekent met gum.
Conclusie
Je hebt de donkere toonwaarden nodig om het idee van diepte in je tekeningen te krijgen. Omdat donker, voor het oog dan, meer naar voren komt en licht meer naar achter. Dat is hetzelfde als je over een weidslandschap kijkt buiten. Dan zie je in de verte niet meer de exacte dingen maar meer vage contouren.
Echt diep zwart kun je niet maken met grafiet potloden
Ik maak met houtskool een onderlaag op die delen waar ik echt zwart wil. Vaak zijn dat haren maar ook met schaduwen gebruik ik het wel. Over die laag zet ik dan Pitt Graphic mat potlood.
Dat kan ook opdezelfde manier maar dan teken je net als in de video de tweede laag met een zacht potlood.
Het verschil tussen die houtskool onderlaag met zacht potlood en de houtskool laag met Pitt mat is de mate waarin je deze getekende lagen kunt doezelen. Zacht potlood en houtskool vlekt beter en daarom gaat doezelen ook makkelijker. Pitt mat potlood doezelt het best met een stevig materiaal als gum.